Jan B. Bouwstra
Jan B. Bouwstra Eigen foto

Een fabel: De oorwurm

Dieren Fabels van Jan B. Bouwstra

De oorwurm keek niet al te vrolijk toen hij uit zijn eik gevallen was.

‘Wat is er oorwurm?’ vroeg de kever die op een kruisbes zat en niet wist hoe hij er vanaf moest komen, ’je gezicht staat op drie dagen onweer.’

De oorwurm bekeek zich in een druppel dauw en zei: ‘Ik zie er niet uit, ik krijg een buikje.’

Bij de krekel was het glas altijd halfvol: ‘Dan ben je onweerstaanbaar voor de merel.’ 

Een windvlaag deed de bladeren ruisen en er kwam een luis naar beneden zeilen, die netjes op het mos landde, zich even opschudde en tegen de kever zei: ‘Laat ik mij voorstellen, ik ben de luis.’

‘Aangenaam,’ zei de kever, ‘ik ben de kever en dit hier naast mij is mijn vriend. Hoe vind jij dat?’

‘Leuk!’

‘Ik ben niet leuk,’ zei de oorwurm, ‘ik ben een oorwurm.’

‘Dat verandert de zaak,’ zei de luis, ‘van oorwurmen heb ik persoonlijk geen hoge pet op.’

En hij ging zitten om het uit te leggen, maar de oorwurm at hem op en zei tegen de kever: ‘Ik heb geen idee waarom hij me niet mocht.’

‘Waarschijnlijk onterecht,’ zei de kever, ‘maar wat doe je eraan.’

De oorwurm begon van de kruisbes te eten, maar vond hem te zoet en boorde zich vast in een kastanje.

De kever keek er naar en zei: ‘De dingen die we niet kunnen laten zijn de dingen die ons gevangen zetten, oorwurm.’

De oorwurm hapte van een pruimenblad en twijfelde of het nog goed was en de kever riep uit: ‘Jouw eetlust is onstuitbaar.’

De oorwurm vroeg: ‘Mag ik misschien af en toe iets proeven?’

‘Af en toe noem je dat. Weet je, oorwurm…’

‘Ja?’

‘Het is niet eens jouw eigen fout.’

De oorwurm liet een boertje.

‘Die vraatlust komt ergens anders vandaan.’

De kever ging rechtop staan: ‘Die ziel van jou is ergens anders ontstaan.’ 

En hij wees naar de eik: ‘Net zoals de kleur van een boom niet van de boom is, maar de reflectie van het zonlicht door zijn stam.’

De oorwurm at de kruisbes toch maar op, want die bleef niet eindeloos goed.

De kever zei: ‘Zo is ook jouw ziel de reflectie van iets anders.’

‘Is er ergens een zon?’ vroeg de oorwurm, ‘die op mij schijnt?’

Het bleef stil. Ze gingen onder een eikenblad liggen om de merels niet wijzer te maken dan ze al waren en de kever zei: ‘Maar… geniet van de ziel die jou is gegeven.’

‘Dan wordt het eten,’ zei de oorwurm opgelucht.

Dat was een gedachte, die gerieflijk om hem heen sloot.

En waar hij heerlijk op sliep.

Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze in ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra