Jan B. Bouwstra
Jan B. Bouwstra Eigen foto

Een fabel: Het nijlpaard

Dieren Fabels van Jan B. Bouwstra

Een wig van metaalachtig licht sloeg dwars door de hemel een bres in de nacht, waarna het rollende geluid te horen was van een rotsblok dat van een berg af denderde, en dat door de heuvels werd weerkaatst.

Daarna barstte het onweer los en de regen kletterde op de bladeren en op de grond. De schildpad en het nijlpaard lagen onder een rots te kijken naar de druppels die om hen heen wild opsprongen, en de schildpad zei: ‘Daarboven is iemand woest.’

Waarna hij omhoog keek om te ontdekken wie.

Het licht scheurde opnieuw de zwarte hemel open, maar het duurde nu langer voordat de roffel volgde. En even later ging de regen over van kletteren op ruisen, en dat luchtte op.

Het nijlpaard draaide zijn hoofd naar de schildpad toe en zei: ‘Het enige wat ik voel op dit moment, schildpad, is mijn grote ongeschiktheid voor alles.’

De schildpad knikte: ‘Je hebt geen schild, he.’

Het nijlpaard vervolgde: ‘Dat wat ik wil, lukt alleen wanneer het in mijn lijf moet gebeuren, voor alles daarbuiten ben ik volstrekt ongeschikt.’

Het nijlpaard had een grote mond en een uit zijn voegen gegroeide borstkas maar absoluut geen billen, dat maakte hem erg onzeker.

De volgende ochtend stonden de schildpad en het nijlpaard naast elkaar gras te eten toen de mier langs rende om alle dennenappels weer rechtop te zetten. Zijn ogen glommen terwijl hij riep: ‘Zo drogen ze sneller.’

De mier was zo’n dier dat overal geschikt voor was. Het nijlpaard wilde zijn duim opsteken, maar was bang om zijn evenwicht te verliezen, want dan waren de rapen gaar, en hij riep met weinig overtuiging: ‘Top!’

De mier was alweer weg. Het nijlpaard zei tegen de schildpad: ‘Ik heb nooit geleerd om te bestaan, ik ben alleen maar een lijf vol onvermogen, een soort van ongeschiktheid voor het leven.’

De schildpad schudde zijn hoofd en zei: ‘Dan doe je daar iets aan, Nijl.’

De tor en de kever wandelden langs op zoek naar larfjes, terwijl ze druk in gesprek waren over ditjes en datjes. Ze liepen het nijlpaard bijna omver zonder dat ze hem zagen staan. Zo erg was het.

De schildpad zei: ‘Want dat heb ik ook gedaan.’

‘Wat heb jij gedaan?’

‘Mezelf een plek gegeven in de wereld.’

Het nijlpaard twijfelde: ‘Maar jij hebt wel je figuur mee.’

De schildpad draaide zich op zijn gekromde voorpoten richting nijlpaard en zei: ‘Ik ontdekte op een dag, dat ik een bewustzijn ben, ik creëer de tijd en de ruimte.’

Het nijlpaard begreep er niets van: ‘Hoezo doe jij dat. De tijd en de ruimte zijn er altijd geweest.’

‘Dat dacht je, maar ik ben ouder dan zij,’ zei de schildpad, ‘de tijd en de ruimte komen voort uit mijn bewustzijn, zijn dus na mij gekomen.’

De schildpad knikte tevreden, draaide met zijn oude hoofd van links naar rechts om te voelen of zijn nek nog werkte, en nam een hapje gras.

Er rommelde weer iets in de verte, het nijlpaard keek naar de wolken, maar die leken zich van geen kwaad bewust, en hij zei: ‘Maar ook zonder jou komt de zon op en gaat weer onder.’

‘O ja?’ zei de schildpad met een glimlach, wat niet vaak gebeurde, ‘hoe weet je dat?’

Het nijlpaard kleurde: ‘Dat zie ik toch?’

‘Precies, jij ziet dat! Maar de zon die jij ziet, komt voort uit jouw bewustzijn.’

Het nijlpaard keek hem verbouwereerd aan.

‘Een - nul voor mij.’

Het nijlpaard kreeg overal kriebels, en de schildpad ging op zijn achterbenen staan, boog voorover en zei: ‘Wij zijn niet meer dan een leeg vat, nijlpaard, de schijn van een ziel, waarin de tijd en de ruimte ontstaan.’

De mond van het nijlpaard zakte open: ‘Ik ook?’

De schildpad knikte: ‘Jij ook.’

De mond klapte weer dicht, het kostte de schildpad een wenkbrauw, en bijna een hoofd.

‘Dus maak iets van je leven, nijlpaard, schep je eigen wereld om je heen.’

De schildpad zag het nijlpaard kijken, en hij zei: ‘Maar bedenk… tussen die wereld van jou, en die van mij in…’

‘Ja.’

‘Daartussenin wordt alles met woorden verricht.’

Het nijlpaard knikte.

‘En dat zijn onzekere dingen, ze vliegen alle kanten op.’

De schildpad ging weer liggen en het nijlpaard keek naar wat er om hem heen gebeurde, en wilde er iets over zeggen.

Maar aarzelde, want wat woorden konden betekenen…

Kwam heel precies.

Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze in ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra