
Een fabel: Een thuis voor de neushoorn
Dieren Fabels van Jan B. BouwstraHet was bijna avond, er verschenen zachte kleuren aan de hemel en er was een nieuw soort frisheid in de lucht, die de nacht inluidde.
De olifant stond samen met de brilslang vol ongeduld te wachten op de neushoorn en de schildpad, die aan het wandelen waren over het filosofenpad.
Vroeger schuifelde de brilslang ook graag een rondje mee om over van alles te filosoferen, maar de neushoorn ging steeds op zijn bril staan. Dat liep teveel in de papieren.
Toen zij de neushoorn en de schildpad eindelijk zagen aankomen (de schildpad voerde het hoogste woord, maar opschieten ho maar), was de zon al bijna onder.
Ze hadden afgesproken met z’n allen te gaan eten, maar de neushoorn had geen haast, moest nog plassen en het stof van zijn neus afspoelen in de beek.
‘Kom, Ollie,’ zei de brilslang tegen de olifant, ‘dan trekken wij alvast wat takken naar beneden, de neushoorn lust straks heus wel wat.’
De olifant trok de dikste takken vol met bladeren naar zich toe voor de neushoorn, en toen deze eindelijk aanschoof vroeg de olifant hem op de man af: ‘Is wandelen met de schildpad soms leuker dan wandelen met mij?’
Het zat hem dwars.
‘Niet leuker,’ zei de neushoorn met een knipoog naar de schildpad, ‘maar anders.’
‘Anders?’
‘Ja, wanneer jij en ik samen oplopen en jij dan iets vertelt, Ollie, dan…, hoe zal ik het zeggen… ‘
De neushoorn dacht na terwijl de schildpad hem bemoedigend toeknikte, en de neushoorn zei: ‘Bij jou lijkt het alsof jij alleen iets vertelt om jezelf te overtuigen dat je iets te vertellen hebt.’
De olifant kleurde terwijl de neushoorn een tak in zijn geheel met smaak naar binnen schoof, want takken verzamelen deed de olifant prima.
De neushoorn vervolgde: ‘Maar wanneer ik met de schildpad praat, dan krijg ik dat bijzondere gevoel… dat het denken meer waard is dan het leven.’
Iedereen was stil.
‘En wanneer naar jou luister, Ollie, voelt het precies andersom.’
De olifant opperde: ‘Maar ik denk toch ook flink na.’
‘Ach, jouw gedachten, Ollie, hoe zal ik het zeggen, dat zijn de warrige interpretaties van een afwezige getuige van… ja, waarvan….’
De neushoorn keek naar de schildpad en naar de late wolken, die zich wijds maar ook slordig uitstrekten tot aan de evenaar, en had spijt van zijn woorden.
Het was misschien beter om het preciezer uit te leggen, en de neushoorn zei: ‘Ik wil je niet choqueren, Ollie, want je bent mijn vriend, en als vriend ben je mijn thuis.’
De olifant knikte blij en de neushoorn legde uit: ‘En thuis zijn bij jou, Ollie, voelt voor mij als in een dorpscafé waar de open haard wordt opgestookt voor de gelukkige sukkels uit de streek die schaterlachend van plezier hun glas heffen en tevreden zijn.’
De olifant glunderde, en de neushoorn gaf hem een por: ‘zo voelt thuis zijn bij jou, Ollie.’
Het hart van de olifant bonkte.
Wonderen worden door woorden verricht.
Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra