Jan B. Bouwstra
Jan B. Bouwstra Eigen foto

De volgende fabel: Het einde der beschaving

Dieren Fabels van Jan B. Bouwstra

De kruisspin en de salamander waren die dag aan hun grote reis begonnen, omdat ze nieuwe wegen wilden inslaan in hun leven. Onderweg praatten ze honderduit, zonder een moment hun mond te houden. 

En toen het donker was geworden zongen hun stemmen nog steeds in het rond, en werden een deel van de nacht. Ze klonken als stemmen van vreemden.

De salamander stopte eindelijk met lopen en zei: ‘Tot hier en niet verder. Maar, we gaan morgen net zo lang door tot we reuzenrotsen tegenkomen, om op te liggen in de zon.’

‘En muggen,’ zei de kruisspin, ‘totdat we wolken reuzenmuggen hebben ontdekt.’

Ze keken om zich heen, en de open plekken die her en der in het donker voor hen opdoemden leken op meren met donkere oevers. Het werd tijd om te gaan slapen.

De salamander groef een kuil om in te liggen en opperde ineens: ‘Maar dat gaat niet vanzelf.’

‘Wat niet?’

‘Iets nieuws ontdekken.’

‘Hoezo niet, als we maar doorlopen, toch?’

De salamander klom weer uit zijn kuil en zei: ‘Dat is het niet.’

‘Hoezo niet?’

‘Het is niet de afstand.’

De kruisspin was de weg goed kwijt: ‘Hoezo niet.’

‘Nee, we moeten onze manier van zien en voelen veranderen, anders zullen we nooit iets nieuws ontdekken, hoever we ook lopen.’

De kruisspin at twee muggen op die hem de weg vroegen, en stuurde de derde de verkeerde kant op, en hij zei: ‘Ik weet niet of ik dat kan.’

De salamander dook zijn kuil weer in en riep vanuit de diepte: ‘We moeten ons een nieuwe ziel aanmeten, anders lukt het niet om iets nieuws te ontdekken.’

En hij kwam boven met drie witte maden die hun buikspieroefeningen deden, en was blij dat er tegelijk met hem van alles bestond dat je kon eten.

De kruisspin kreeg ook trek en ging op zoek naar een plek om zijn web te weven, terwijl de mug die hij de verkeerde kant op had gestuurd met een rood hoofd terugkwam om verhaal te halen. De kruisspin at hem toen maar op, begon enthousiast een web te weven en riep: ‘Maar salamander, is het niet belangrijk om in plaats van veel juist niets te voelen?’

‘Hoe bedoel je?’ zei de salamander terwijl hij met gesloten ogen zijn made oppeuzelde.

‘Nou, ik denk dat de wereld is van dieren die niets voelen.’

‘Hoezo?’

‘Om de baas te zijn is niet het gevoel, maar juist het ontbreken van het gevoel belangrijk.’

De salamander twijfelde.

‘Ik bedoel, een prooi te grazen nemen is juist fijn, als je niet over zijn lot nadenkt.

De salamander knikte en at de laatste made op: ‘Je hebt wel een punt.’

‘We zijn juist vrolijk omdat we nergens iets om geven,’ concludeerde de kruisspin, ‘bedroefde dieren zijn dieren die veel te veel voelen. Daar kom je niet ver mee.’

Toen het web af was, lagen ze naast elkaar te kijken naar de maan, en de kruisspin zei: ‘Wat zou er met ons gebeuren wanneer we iets echt zouden voelen?’

‘Je bedoelt medelijden hebben, en zo?’

‘Ja.’

‘Ik denk dat dat het einde zou betekenen van onze beschaving,’ zei de salamander.

‘Ik denk het ook,’ zei de kruisspin, die zijn web licht voelde trillen.

Het eerste vliegje zat eraan te komen.

Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra