
Een fabel: Met innerlijke zwier
Dieren Fabels van Jan B. BouwstraDe salamander was verliefd en hij kreeg daardoor alle kleuren van de regenboog. En er groeide een kam op zijn rug die hij urenlang gedachteloos achterover kamde. De schildpad zat er hoofdschuddend naar te kijken.
De schildpad was ook wel eens verliefd, maar dat kon je dan niet aan hem merken, en zo hoorde het.
Ze zaten al enige uren naast elkaar op een warme steen te soezen in de zon, waarbij de salamander steeds meer kleuren kreeg, tot de schildpad zei: ‘Stel je niet zo aan.’
‘Hoezo.’
‘Je kunt het van een kilometer afstand aan jou zien.’
De salamander boog beschaamt het hoofd: ‘Ik kan er niets aan doen, die kleuren komen vanzelf.’
De schildpad knikte en zag dat er een slak langs kroop die plotseling op de rem trapte om te kijken wat er aan de hand was. Hij riep de worm en de kakkerlak erbij, wees naar de salamander en zei: ‘De salamander staat in de brand. Dat is van de haast. Hij heeft altijd haast!’
‘Komt dat van de haast?’ vroeg de kakkerlak verbaasd, en de worm vertelde dat de papegaai ook kleuren van de haast had gekregen. Ze praatten nog wat door over hoe haastig iedereen tegenwoordig leefde, en schuifelden hoofdschuddend verder.
Toen de slak weer om de hoek was verdwenen zei de schildpad tegen de salamander: ‘Dat krijg je ervan, dat soort praatjes.’
De salamander viste een vlieg uit de lucht die vol verbazing naar hem hing te kijken, en de schildpad zei: ‘De hoofdzaak in ons leven is, salamander, dat we ons beheersen. En ons volledig beheersen lukt alleen wanneer wij onze diepste wensen negeren.’
De salamander luisterde bedeesd, dat was bij hem misschien niet goed op orde.
‘Zou jij een eerzaam en respectabel bestaan willen leiden, salamander?’
De salamander dacht van wel.
‘Daar rekende ik al op,’ zei de schildpad tevreden, ‘Nou, dat lukt alleen wanneer je je liefste dromen uit de hoogte behandeld. Je moet ze met een soort van ‘innerlijke zwier’ negeren.’
De schildpad deed wat innerlijke zwier voor door op zijn achterbenen te gaan staan en geamuseerd om zich heen te kijken, met een air van “wie doet mij wat”.
De schildpad liet zich weer zakken en de salamander zei: ‘Ik zie het.’
De schildpad knikte tevreden: ‘Je moet je grootste verlangens omvormen tot iets dat zinloos en onschuldig is, tot iets dat voelt als een fijnzinnige glimlach van de ziel, bij wijze van spreken.’
‘Ik zal proberen het te onthouden,’ zei de salamander, ‘maar er zitten nieuwe dingen bij.’
De schildpad begreep dat wel: ‘Absoluut. Maar het is belangrijk voor jou, omdat het onze grootste verlangens zijn, dat wil zeggen onze hartstochten en ambities, die ons kwetsbaar maken.’
De salamander viste een bromvlieg uit de lucht en zei: ‘Maar volgens mij laat iedereen zich leiden door verlangens. Ik ook, daar kan ik niets aan doen.’
De schildpad schudde zijn hoofd en zag er in het late licht ineens ouder uit. Hij rekte zijn kopje tot bij het oor van de salamander en fluisterde: ‘Je moet de liefde en de angst zien weg te krijgen uit jouw ziel.’
De salamander keek hem aan en vroeg: ‘Is dan dan bij jou gelukt?’
‘Ik weet het niet,’ antwoordde de schildpad, en ze kropen samen naar de vijver en aten wat gras, terwijl de zon begon te dalen en steeds minder kracht had, het was het begin van de herfst.
De schildpad zei: ‘Vroeger voelde ik mij bij iedereen waar ik op bezoek kwam een indringer en een vreemde. Ik werd vriendelijk behandeld, maar zonder warmte, zoals dat gaat bij onverwacht bezoek.’
‘Wilde je meer?’
De schildpad ging liggen, hij aarzelde en zei tenslotte: ‘Hoe zal ik het zeggen. Ik ben, net als iedereen, een weeskind van het geluk. En ik hunkerde ernaar, net als alle andere weeskinderen, om geliefd te zijn.’
De salamander keek hem aan.
De schildpad zei: ‘Soms weet ik niet of ik nog wel wil eten.’
De salamander begreep het: ‘Dus daarom denk je dat het beter is dat ik mijn diepste verlangens met een innerlijke zwier behandel.’
De schildpad knikte.
Ze bleven nog lang praten, de zon verdween en de lucht werd grauw, en de schildpad zei: ‘Er zijn andere dieren, minder intelligent dan ik, die zich laten leiden door hun verlangens, en toch sterker zijn dan ik. Ze weten hun leven prima in te richten, zij beheren dat kleine beetje intelligentie dat zij bezitten bekwamer.’
De salamander zei na een aarzeling: ‘Dan ga ik dat toch liever doen.’
En zijn kleuren straalden als nooit tevoren.
Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze in ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra.